woensdag 25 januari 2012

Eng, lastig en ondoorgrondelijk

Veel mensen vinden poëzie eng, lastig en ondoorgrondelijk. Of een combinatie daarvan. En dat is het soms ook of misschien zelfs vaak. Maar soms ook niet, zoals in het geval van Ingmar Heytze. Als geen ander vlecht ie met jaloersmakend - of is het slechts ogenschijnlijk? - gemak herkenbare situaties van eenvoudige maar zwierende zinnen die je blij maken. Niet omdat het allemaal altijd even leuk is maar omdat hij er maar mooi iets moois van weet te maken. Zoals:

Aan de liefste onbekende
Wat ben ik blij dat ik je nog niet ken.
Ik dank de sterren en de maan
dat iedereen die komt en gaat
de diepste sporen achterlaat, behalve jij,
dat jij mijn deuren, dicht of open,
steeds voorbijgelopen bent.

Het is maar goed dat je me niet herkent.
Kussen onder straatlantaarns
en samen dwalen door de regen,
wéér veliefd zijn, wéér verliezen,
bijna sterven van verdriet –
dat hoeft nu allemaal nog niet.

Ik ben nog niet aan ons gehecht.
Ik kijk bepaald niet naar je uit.
Neem de tijd, als je dat wilt,

Wacht een maand, een jaar,
de eeuwigheid en één seconde meer -
maar kom, voor ik mijn ogen sluit.

Of niet minder toegankelijk, noch minder briljant: Aan de bruid en wat ik nog steeds een geniale vind: Als je nu nog, over het Zeilmeisje. Of...weet je wat, kijk gewoon zelf op www.ingmarheytze.nl. Wie liever luistert dan leest, moet vooral op www.dichtbijgijs.nl de video's bekijken want als iemand het mooi kan voordragen, is het Gijs ter Haar wel. Wie de smaak te pakken heeft, klikt hier voor nog veel meer inspiratie. Lijken me al met al mooie aanraders om deze Nationale Gedichtendag (=vandaag) mee te beginnen. En wie een voorbeeld weet van andere briljante dichters (ja ja, er zijn er meer) die evenmin eng, lastig en ondoorgrondelijk zijn, laat het ons weten!






BTW: het Zeilmeisje na alle stilte na de storm...weer veilig aangemeerd. Zie je wel!

dinsdag 20 december 2011

I DO like Mondays

We schrijven een maandagochtend in december. Het is koffietijd, guur, grijs en het regent en ik trek mijn galajurk aan. Onderweg sjort Vriendin nog wat aan haar panty terwijl mijn hak in mijn jurk blijft haken door verraderlijke rukwinden. Nadat we over de rode loper zijn gestruikeld euh gewandeld, poseren we geduldig voor een leger fotografen. Een half uur later ziet alles er met de eerste scroppino in de hand uiterst zonnig uit - ik heb in mijn hele leven niet zoveel scroppino's gezien, laat staan gedronken als op de inmiddels befaamde Society Lunch van Tony Tetro in het Hilton Hotel in het hart van de hofstad. Terwijl ik in mijn eerste truffel bijt van de enige echte Truffelkoning en Vriendin ontbijt met een toastje room & verse zalm, glimmen de pailletten ons tegemoet evenals de keurige lakschoenen onder talloze smokings. Er komen jurken binnen in overtuigende kleuren en met slepen van indrukwekkende diameters. En dan zeggen ze dat Nederland geen glamour heeft! Samen met bekende, best wel bekende en bijna bekende Nederlanders drentelen we geduldig – hier heeft niemand haast dus wij ook niet - een wat duistere zaal binnen waar later Lou Prince en andere grootheden licht brengen. En gevederde danseressen, die op jaloersmakend-blote-voeten-want-wij-op-hoge-hakken door de zaal huppelen. We lunchen met wat kalkoen, wat wijn en wat nieuwe bekenden - wij leren snel. En nemen nog een scroppino. De Stichting Blijf vrouw presenteert (én realiseert, dat mag gezegd) nobele doelen; ze steunen vrouwen met een levensbedreigende ziekte in sociaal economische moeilijkheden. Dat we in de loterij ten faveure van deze stichting niks winnen, deert dan ook niet want da’s nauwelijks verliezen te noemen. De oesterkoning deelt hoogstpersoonlijk nog wat kaviaar uit samen met drie bloedmooie in gouden jurkjes gestoken Nikita's en de scroppino wordt inmiddels uit karaffen gedronken. Ons besef van tijd is tot een absoluut nulpunt gedaald. Gelukkig maar want er volgt een afterparty en een afterafterparty en…don’t you just LOVE Mondays?!


woensdag 30 november 2011

No stress

Alles is relatief. Ook wat je groen vindt. Wie de naam Kaap Verdië bedacht heeft, komt vermoedelijk uit een gebied met nog minder groen dan deze eilandengroep; Antartica of de Sahara ofzo. Het zijn innemende eilanden met nog innemendere bewoners - die de kreet ‘No stress’ tot landelijke leus verkozen hebben - maar groen zou ik ze niet willen noemen. Noch de eilanden, noch de bewoners; die weten geheel in stijl door vakkundig sissen je aandacht te trekken - meaning no disrespect en veel efficiënter dan “excuse me-en”, spreken vloeiend een waaier aan talen en weten zich ook op de dansvloer meer dan raad. Toegegeven op Santa Antão bevind je je op zekere hoogte opeens in een waar sparrenbos (compleet met dennegeur). Maar dat lijkt toch vooral de uitzondering. Op Sal is het sowieso weinig groen wat de klok slaat. Tenzij je de mojito’s en caipirinha’s meetelt, dan is het een héél groen eiland. Nee, Cabo Viento was toepasselijker geweest. Want waaien, dat doet het op alle eilanden. Inderdaad; aan kite & windsurfers geen gebrek hier. Kaapverdianen zelf zijn vooral op het strand te vinden, zwoegend en zwetend. Om 9 uur ‘s ochtends vliegen de salto’s je al om de oren, en hier en daar een bal. Er wordt zo indrukwekkend gesport en getraind dat je zou verwachten dat op de volgende Olympische Spelen al het goud naar Kaap Verdië gaat. Ik hoop het. En dan noemen we het voortaan Cabo Oro. Niet dat het de Kaapverdianen zelf veel uitmaakt. Die houden zich allemaal strict aan het nationale motto: no stress en nemen nog een groengetinte caipirinha.


donderdag 25 augustus 2011

Te mooi om waar te zijn

Over pareltjes gesproken...Sommige songs zijn gewoon te mooi om waar te zijn. Zoals Hymn for a new millenium van John Zorn. Je gelooft je oren niet!

donderdag 18 augustus 2011

In vervoering


Het schijnt dat er veel van zijn. Het schijnt dat er nog meer ter ziele gaan: online magazines. Maar toch duikt er geregeld een pareltje op. Kijk maar naar www.naturellemagazine.nl. Een behoorlijk dik - online kun je natuurlijk lekker los gaan - nummer vol tips waarvan je direct op reis wilt en hmmm culinaire tips om van te watertanden. En interieurs waar je terstond bij wegdroomt…Maar pure toewijding zijn natuurlijk vooral de “39 ways to live and not merely exist” op pagina 58. Met stip op 1: LOVE...Not that we didn't know that! Opmerkelijk wel is nr 31: Stop reading magazines. Die misschien beter negeren…want van mij mag dit magazine een lang virtueel leven beschoren zijn. Voor nu: laat je in vervoering brengen (en niet alleen op pagina 22 en 23:)) & enjoy the moment! Want uiteindelijk is het moment het enige wat je echt hebt. Ieder moment opnieuw, dat dan weer wel.

Heb jij nog iets toe te voegen aan die 39 ways, we SO want to know!


maandag 11 juli 2011

Haagse haiku's


Na diverse jaren aan een nog altijd niet publiceerbare roman, ok diverse romans, te hebben gewerkt, leek het me tijd mezelf een realistischer doel te stellen. Van romans kwam ik via korte verhalen uit bij de haiku. Het Japanse gedicht van drie regels met (soms te) weinig lettergrepen. Leek me wel haalbaar. Die gingen al snel bijna allemaal over Den Haag en Scheveningen. Waar het hart vol van is…Daarmee was een mooi project geboren: de bundel Honderd Haagse haiku’s en zeventien Scheveningse. Vooralsnog ligt mijn deadline eind september dus dat wordt nog behoorlijk doorpennen, zelfs met die paar korte regeltjes. Gelukkig biedt deze mooie stad achter de duinen veel inspiratie; van de Nach tot de Ooievaar, van het Kurhaus tot snackbar De Vrijheid en de Denneweg.
Dan is honderd opeens best weinig. Stel ik mezelf en jullie de vraag: welke Haagse en Scheveningse iconen – plekjes, helden, feestelijkheden, verhalen, symbolen enz – mogen niet ontbreken in zo’n bundel? Help me out!

vrijdag 1 juli 2011

Oerol (en steeds hoor je de wind...)


Inspiratie is overal heeft wel eens iemand gezegd al ben ik vergeten wie. Misschien was ik het zelf wel. Maar ik zie het in ieder geval keer op keer bewezen. Zoals afgelopen zondag op Oerol wat niet voor niets "overal" betekent en dit jaar als thema had: tien dagen het geluid van een eiland. Daar bezocht ik een installatie in de duinen. Wat zeg ik, meerdere installaties verspreid over een enorme duinvlakte. Ingenieus in elkaar passende constructies van palen met trommels, bellen, ritmische bolletjes en wat dies meer zij die door de wind de meest uiteenlopende geluiden ten gehore brachten, van lieflijk geklingel tot het meest naargeestig gierende gure windgeluid, onderwijl het landschap omtoverend tot een mix van Indiaanse en woestijnsferen van Kill-Bill-achtige allure. Dat je met zo’n ongrijpbaar fenomeen als wind zoiets briljants kunt maken, bewijst eens te meer hoeveel schoonheid nog wacht om ontdekt en gedeeld te worden.
Mijn fotomateriaal is illegaal; ik zag later namelijk iemand het bordje ‘verboden te fotograferen’ fotograferen. Dus je moet het doen met deze beschrijving en volgend jaar zelf naar Oerol natuurlijk!